Clusterhoofdpijn

Clusterhoofdpijn is een zeldzame vorm van hoofdpijn met zeer ernstige recidiverende hoofdpijnaanvallen met een jaarprevalentie van minder dan 0,5% in de algemene bevolking en een incidentie van 16/100.000 bij mannen en 4/100.000 bij vrouwen. (1) Deze vorm van hoofdpijn komt viertot vijf maal vaker bij mannen dan bij vrouwen voor. (2) Clusterhoofdpijn wordt gekenmerkt door aanvalsgewijs optreden van hevige bonzende of stekende eenzijdige hoofdpijn rondom het oog of temporaal, die onbehandeld 15 tot 180 minuten duurt. De aanvallen gaan bijna nooit gepaard met misselijkheid en/of braken. De aanvallen treden op in clusters van enkele weken tot maanden. Daarna kan de patiënt soms maanden tot jaren volkomen vrij van hoofdpijnaanvallen zijn. De frequentie is doorgaans 1 tot 8 aanvallen per dag. Begeleidende verschijnselen kunnen zijn: ipsilateraal een rood oog, tranend oog, neusverstopping, loopneus, zweten van gezicht en voorhoofd, pupilvernauwing, hangend ooglid, of oedeem van het ooglid. Vaak is er bewegingsdrang tijdens een aanval. De aanvallen treden vooral 's nachts op. Clusterhoofdpijn wordt tot de neurovasculaire hoofdpijnen gerekend. (3) De etiologie en pathofysiologie zijn grotendeels onbekend. Ook is onduidelijk waarom de aanvallen in clusters optreden en in veel gevallen op vaste tijden van het jaar komen. Tijdens een clusterperiode, maar niet daarbuiten, kunnen bepaalde factoren aanleiding geven tot het optreden van aanvallen. Dit zijn onder andere alcoholhistaminenitraten (geven vaatverwijding), lange vliegreizen of verblijf op grote hoogte, zoals in de bergen. Daar de pijn zich concentreert in het gebied van de eerste tak van de n. trigeminus, lijkt deze zenuw een grote rol te spelen in het ontstaan van clusterhoofdpijn. Gezien het optreden van autonome disfunctieverschijnselen moeten ook het parasympathische zenuwstelsel (verhoogde functie) en/of het sympathische zenuwstelsel (verminderde functie) aangedaan zijn.

 

Behandeling

De behandeling van clusterhoofdpijn bestaat voornamelijk uit medicatie. Daarnaast kunnen dry needlingmanuele therapie en oefentherapie verlichting bieden. Hier is echter geen wetenschappelijk bewijs voor.

 

Samenvatting

 • 5 (Man): 1(Vrouw)

• Leeftijd tussen de 20 – 50 jaar

• Aanvalsgewijs optreden van hevige bonzende/stekende hoofdpijn

• Eénzijdige hoofdpijn rondom het oog en temporaal

• Op vaste tijden van het jaar clusteraanvallen

• Autonome disfunctieverschijnselen (o.a. tranend/rood oog, zweten e.d.)  

 

Artikelen

1. Swanson JW, Ynangihara T, Stang PE, et al. Incidence of cluster headaches: a population-

based study in Olmsted County, Minnesota. Neurology 1994;44:433-7

2. Kudrow L. Natural history of cluster headache. Headache 1982;22:203-6.

3. Silberstein SD, Lipton RB, Goadsby PJ. Headache in Clinical Practice. Oxford: ISIS Medical 

Media, 1998